Update stand van zaken rond Bovib Modelovereenkomst
2504

Bergler is sinds de oprichting nauw betrokken bij de branche organisatie Bovib. Dit geldt ook voor de activiteiten met betrekking tot de ontwikkelingen rond de wet DBA. Onlangs is de Bovib met een update gekomen over de stand van zaken van het tot stand komen van een modelovereenkomst voor de branche. Deze update treft u hieronder aan.

In april informeerden wij u over de Wet DBA. Sinds die tijd is er natuurlijk veel gebeurd en verricht iedereen een voortdurende inspanningsverplichting zoals de Belastingdienst dat heeft verlangd binnen de transitieperiode die tot 1 mei 2017 zal duren.

De Bovib is al vanaf februari in gesprek met vertegenwoordigers van de Belastingdienst. Er zijn al veel hobbels genomen, maar op dit moment blijft het steken op een drietal punten.

  1. De door de Bovib voorgelegde overeenkomst is niet compact genoeg. Er staat te veel in. Meer dan in de reeds goedgekeurde modelovereenkomsten. De Belastingdienst wil vooraf niet te veel duidelijkheid verschaffen. Immers dat zou de bodem wegslaan voor hun handhavingsbeleid en dat willen ze niet. De Bovib is van mening dat een goedgekeurde modelovereenkomst ons moet dienen en niet de Belastingdienst. De Belastingdienst moet alleen de toets op het al dan niet aanwezig zijn van een arbeidsrelatie uitvoeren.
  2. Fictieve dienstbetrekking. De redenering is vergelijkbaar. Er is een goedgekeurde modelovereenkomst van VNO/NCW met de fictieve dienstbetrekking beschreven in de artikelen 9.1 en 9.2. De Belastingdienst wil dat wij die bepalingen overnemen. De Bovib vindt deze artikelen onduidelijk en deze artikelen geven te veel ruimte voor interpretatie.
  3. Duur van de opdracht is tot slot ook een issue. Voor een arbeidsrelatie is het bestaan van gezag en arbeid en loon van belang. Volgens de Bovib haalt De Belastingdienst nu ten onrechte ook het element van ‘de duur van de opdracht’ bij de beoordeling. De definitie van de duur is volgens de Belastingdienst “wat in de markt gebruikelijk is”. Dat is natuurlijk vager dan vaag en de Bovib pleit derhalve voor meer duidelijkheid.

Nieuw is dat de Bovib ten aanzien van het aspect fictieve dienstverband de Ondernemerscheck heeft voorgelegd als alternatief bij de BD (http://www.belastingdienst-ondernemerscheck.nl/). De Belastingdienst heeft het proces rondom de Ondernemerscheck niet geborgd binnen hun eigen processen. Zij denken daar nu over na.

De Belastingdienst heeft wel aangegeven dat er naarstig gezocht wordt naar de juiste benadering om er met de Bovib uit te komen, waarbij zij rekening hebben te houden met het uitsluiten van een precedent.

Op dit moment zijn alle leden van de Bovib druk in gesprek met hun opdrachtgevers. Enerzijds met het inventariseren van de lopende overeenkomsten van zelfstandigen werkzaam bij deze opdrachtgevers. Anderzijds met het geven van presentaties over de Wet DBA en de consequenties aan inkoopafdelingen en inhurende managers. Onderdeel zijn ook de beheersmaatregelen die onderdeel uitmaken van de gesprekken met de Belastingdienst voor de situaties als er een nieuwe capaciteitsaanvraag ontstaat.

In afwachting van de goedkeuring van de Belastingdienst van de door de Bovib voorgelegde modelovereenkomst heeft de Belastingdienst ons het volgende bevestigd. In het transitieplan zijn drie situaties beschreven waarin de Belastingdienst wel repressief kan handhaven. Zolang geen van die drie situaties zich voordoet, zal de Belastingdienst er tot 1 mei 2017 alleen op wijzen dat sprake is van een dienstbetrekking en daarvoor geen aanslagen loonheffingen opleggen.

1. er geen enkele activiteit wordt verricht en geen enkele inspanning wordt gedaan (inspanningsverplichting) om de arbeidsrelatie zodanig vorm te geven dat er buiten dienstbetrekking wordt gewerkt, bijvoorbeeld:

a. er kan niet aannemelijk worden gemaakt dat opdrachtgever en opdrachtnemer nog met elkaar in onderhandeling zijn over aanpassingen in hun overeenkomst of werkwijze teneinde buiten dienstbetrekking te werken, of;
b. er wordt geen gebruik gemaakt van een door de Belastingdienst beoordeelde modelovereenkomst, of;
c. er is geen daarmee overeenkomende overeenkomst afgesloten, terwijl de opdrachtgever en opdrachtnemer er tegelijkertijd voor kiezen om geen loonheffingen af te dragen of te voldoen, waarbij geldt dat deze inspanningsverplichting gedurende de gehele transitieperiode moet worden nagekomen, of;

2. de Belastingdienst al vóór 1 mei 2016 schriftelijk kenbaar heeft gemaakt dat een bij een onderzoek aangetroffen arbeidsrelatie wordt beschouwd als een (fictieve) dienstbetrekking, of;

3. er sprake is van grove schuld of opzet (hetgeen wij interpreteren als een situatie waarin men heel goed wist of behoorde te weten dat er echt onontkoombaar sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en men daar desondanks niet naar handelt).

Zodra de modelovereenkomst is goedgekeurd zullen wij direct alle via de Bovib leden werkzame ZP-ers conform informeren. In de tussentijd zullen de leden een DBA-scan per opdrachtgever uitvoeren op het huidige bestand werkzame ZP-ers.

De kanttekening die wij daarbij plaatsen is dat het werken met goedgekeurde modelovereenkomsten de basis vormt voor het WDBA proof zijn, maar dat uiteindelijk de praktijk achter de overeenkomsten de doorslag zal geven betreffende het al dan niet aanwezig zijn van een arbeidsrelatie!

Mocht u vragen hebben met betrekking tot de Wet DBA dan kunt u contact op te nemen met ons via het nummer 076-5720200 of deze mailen aan info@bergler.nl. Wij zullen deze dan beantwoorden.