De VAR verdwijnt (nog niet)
5

Update: Op woensdag 27 oktober is definitief besloten de (plenaire) behandeling in de Eerste Kamer uit te stellen in afwachting van het beoordelen en publiceren van meer voorbeeldovereenkomsten alsmede van de nadere uitwerking van de overgangsfase, welk verzoek is gehonoreerd.

De Saga rond het verdwijnen van de VAR continues. Er is weer een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan deze kroniek van onze staatssecretaris van Financiën.

De huidige VAR blijft nog even in tact
Gisteren (19 oktober) heeft staatssecretaris Wiebes in een brief aan de Eerste Kamer voorgesteld om de besluitvorming over en invoering van de wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) nog even uit te stellen. Uitstel van invoering van de wet, die het verdwijnen van de VAR mogelijk maakt. Er wordt nu gestreefd om deze wet per 1 april 2016 in te laten gaan. Voorts heeft de markt tot 1 januari 2017 de tijd om zich hieraan aan te passen. De geldigheid van de huidige VAR verklaring, waarvan dus sommigen in 2014 zijn afgegeven, wordt verlengd tot in ieder geval 1 april 2016.

Er lijkt een oplossing te zijn voor de rol van intermediairs
Naast bovenstaande ontwikkeling verscheen er gisteren op de website van het ministerie ook een “modelovereenkomst tussenkomst”. De modelovereenkomst is in het leven geroepen als oplossing voor het probleem dat voor elke nieuwe opdracht een aparte overeenkomst van opdracht goedgekeurd dient te worden door de Belastingdienst. Er waren al enige modelovereenkomsten verschenen op de website van de Belastingdienst, die ze overigens steevast voorbeeldovereenkomsten noemt. Bijvoorbeeld voor een coördinerend stralingsdeskundige. Deze modelovereenkomsten waren echter alleen beschikbaar voor een opdracht tussen de opdrachtgever en de ZP-er (opdrachtnemer). Hoe de rol van de intermediair ingevuld zou gaan worden, was tot gisteren echter onduidelijk.

De modelovereenkomst tussenkomst
Door tussenkomst van een aantal branche organisaties is er nu een modelovereenkomst door de Belastingdienst goedgekeurd die gebruikt kan worden voor intermediairs die opdrachtnemers contacteren voor inzet bij een derde, zijnde de eindopdrachtgever. Het goedgekeurde model betekent zekerheid dat er geen loonheffing afgedragen hoeft te worden. De zekerheid geldt uiteraard alleen als in de praktijk ook volgens de overeenkomst wordt gehandeld. twee zaken zijn daarin van belang:

  • Er is geen sprake van een arbeidsovereenkomst omdat de modelovereenkomst zodanig verwoord is, dat het element ‘werkgeversgezag’ ontbreekt, evenals de leiding en toezicht door de derde. Wel zijn aanwijzingen en instructies mogelijk.
  • Er is geen sprake van fictief dienstverband omdat de intermediair middels de modelovereenkomst aannemelijk maakt dat de zzp-er een zelfstandig ondernemer is. De intermediair baseert zich daarbij vooral op de informatie waar hij als opdrachtgever zijnde over kan beschikken.

Ontwikkelingen hierover worden door ons op de voet gevolgd en het is onze verwachting dat dit nog niet het laatste hoofdstuk is. Er is dan wel een goedgekeurde modelovereenkomst, maar deze is ingestoken vanuit het perspectief van de branche van intermediairs. Er zijn echter nog twee andere partijen betrokken bij een opdracht, namelijk de opdrachtnemer (ZP-er) en de Derde (de opdrachtgever van de opdrachtgever). Deze twee partijen kunnen ook nog roet in het eten gooien bij het gebruik van deze modelovereenkomst.